zondag 9 maart 2025

An-Nur النور (Het Licht)


Salaam vroeg:

Vader, 

Waar zal mijn ziel werkelijk rust vinden in deze duistere wereld?


Ya'akub antwoordde:

Met zijn eigen kleine lamp betrad de lantaarnopsteker de straten in het midden van de Oude Stad. De duisternis viel in, en hij zette zijn ladder tegen de lantaarn om daarin het licht te ontsteken. Zodra de lamp brandde, trok hij verder - lantaarn na lantaarn ontstekend. Vóór hem lagen de duistere straten, zelf liet hij een spoor van licht achter. Hij bleef niet staan genieten van het licht dat hij ontstoken had, maar ging rusteloos verder, de ene straat in en de andere uit, tot hij de laatste lantaarn bij de stadspoort had laten branden. Aan de andere kant van de poort, buiten de stad, stond een huis dat een vriendelijk licht uitstraalde. Daar zou de lantaarnopsteker tenslotte rust vinden, daar hoefde hij geen licht meer te ontsteken.

Zo zal ook de Almachtige ons te Zijner tijd rust geven.

 

Salaam vroeg:

Lijkt onze ziel dan op een lantaarnopsteker, vader?


Ya'akub sprak:

Een ziel die de Almachtige bemint is als de lantaarnopsteker die van haar eigen licht in deze wereld deelt, zodat de mensen zich verblijden in de gaven van de Almachtige. Maar de ziel zelf kan de ware rust en blijdschap niet vinden in de stad van dit leven. Terwijl ze licht verspreidt, ervaart ze zelf vaak duisternis en een diep verlangen. Dat duurt totdat ze de plaats mag betreden en de rust mag vinden die de Almachtige voor haar heeft bereid, en waar haar eigen kleine licht mag opgaan in het grote.


Salaam vroeg:

Maar vader, hoe kan een ziel de weg vinden naar het huis van de Almachtige in de duisternis van deze wereld?


Ya'akub antwoordde:

Eens zond de Almachtige Zijn Zoon in deze duistere wereld, om daarin het licht opnieuw te ontsteken. Toen Hij het pad liep, was niemand Hem daarin nog voorgegaan; en buiten de poort was de duisternis het sterkst van alles - daar was geen huis dat Hem verwelkomde.

Het was de Zoon van de Almachtige die daar een huis voor ons bouwde en een vriendelijk licht ontstak, zodat onze zielen rust kunnen vinden. En hoe donker de weg door deze wereld ook moge zijn, het zal dankzij Hem nooit zo duister zijn dat we Zijn voetstappen niet zouden kunnen onderscheiden. Wie de Zoon van de Almachtige volgt zal niet verdwalen.




 

vrijdag 28 februari 2025

Body and Soul dualism in Apple tv+ Severance


Dualism

The popular show Severance got its second season this year on Apple tv+. And even more than last season, the show tries to explore what it means to have the soul or mind severed. At the time of writing this post, the 7th episode just aired, and especially in the episodes 6 and 7 I had the feeling that I recognized a certain pattern from my own work as an IT engineer.

In fact, the 'severance' happens at two levels: first, between what is called the Innie and Outie - the person at work, and the person outside working hours. Severance is advertised as the opportunity to leave work really at the office, so you can be unbothered in your free time. There is no memory shared between the two personas; although in the second season, the cracks in the blockade are getting bigger and bigger.

There is another level of severance I observe in the series, but this one might be completely unintentional. It is the severance of the mind and the body. In the 6th episode of season 2, Helena (outie) has an intimate moment with Mark; and when Helly (innie) discovers this, she wants to have the same experience 'of her own'. The shared body of Helena and Helly is used here as a means to gain that experience.

The question is, what is the meaning of the body in Severance? It looks like it is a vessel, an 'empty' enclosure that can be fitted with a soul that carries the real person. The Innie or the Outie is not the body, but is the mind or soul only. The body is needed by the personas to express themselves; but one could very well imagine that a soul in Severance does not need to be bound up to the same body.

While until episode 6 of season 2 all severed people appeared to be cases of a body with an innie and outie soul, this changed in episode 7. There Gemma is depicted as having several innies. And when she is forced to write cards, her Innie is wired to left-handed writing while her body is right-handed.

So, the role of the body - in my opinion - is depicted as less important compared to the soul, the personality. The body can be easily re-used to host two completely different characters like Helena and Helly R, and can even be forced by a soul to perform tasks it isn't used to (like, left-hand writing).

What I noticed is that there is a lot of talk about this concept of severed memories, of the two (or more) souls that cannot communicate with each other. But the severance of soul and body is discussed far less, as if this is not as controversial - as if people already use their body in this way, as nothing more than a medium for expression. The body on its own has no authoritative meaning, its meaning is dictated by the soul of the person. This is a form of explicit dualism, not in the sense that the body is bad and the soul good, but in the sense that the soul has meaning and the body doesn't.

As a christian, I can sympathize with this way of thinking, but within limits. On the one hand, the soul can live without the body and will do so between death and resurrection. The Catechism speaks about the soul as being "created immediately by God", and it "does not perish" at death (nr. 366). But, at the same time, the Catechism links the body very closely to the soul, speaking about the soul as the form of the body (nr. 365); together they are "one nature". It is especially this last part that I see as a possible correction to the way the body is depicted in Severance. Body and soul are closely related, you cannot mix souls and bodies.

Virtual Machines

For my work, I regularly use something that is called a virtual machine. This is an environment with a complete software installation (like, Windows 11, Word, Excel) which runs completely isolated and can be easily manipulated inside a computer. It is a computer in a computer, as it were. This virtual machine is like the soul in Severance, where the physical computer is like the body. With a single click this virtual machine can be replaced by a completely different one, while the physical computer stays the same - so it shares, for instance, the same display, keyboard and mouse, but it does different things with it. The virtual machines offers the actual functionality, the physical computer will determine the limits of this functionality. And you can easily move a virtual machine to another physical computer to run it there.

Now, with virtual machines, if you run one, shut it down and start another, the second machine won't know anything about the first one. But - it is also possible to run two machines at the same time on the same physical computer, and then those machines are able communicate with each other. Looking at Mark, we see that in season 1, the elevator in fact functions as a switch that turns one machine off and the other on. But in season 2, he starts with the re-integration process, which means that both the Innie and Outie will be active at the same time; like two machines operating simultaneously. 

I'm interested to see where this analogy between Innies and Outies and running virtual machines will work and where it will break down!



maandag 13 januari 2025

De Kameel en de Hel



Salaam vroeg:

Vader, 

Ik heb gehoord over de hel, en nu ben ik bang voor de straf van de Almachtige.


Ya'akub antwoordde:

Er was eens een rijke heer, die aan de rand van de woestijn zijn huis en twaalf kamelen had waarvoor hij zeer goed zorgde. Eén van de kamelen brak echter steeds uit, en talloze malen moest de man erop uit om zijn kameel terug te halen uit het onherbergzame gebied.

Op zekere dag dronk de kameel in de vroege ochtend zoveel als hij kon, en ontsnapte opnieuw. Hij liep zo ver als hij kon de woestijn in, waar het steeds kaler en droger werd. Toen de zon onderging en het snijdend koud werd, zocht de kameel beschutting bij een cactus waar hij voorzichtig iets van at. 

De volgende ochtend trok de kameel verder de woestijn in, vele dagen lang tot waar er alleen nog stilte was en zelfs de cactussen verdord waren. Gekweld door de dorst, en zonder nog enig vet op zijn botten, legde hij zich in de laatste nacht ergens neer onder het gezicht van de sterren. Hij dacht terug aan zijn rijke heer, maar toen hij opstond, merkte hij dat hij niet meer kón terugkeren. Met een zucht liet hij zich tenslotte neerzakken in het zand.


Salaam vroeg:

Is de woestijn als de hel, Vader?


Ya'akub antwoordde:

De woestijn is als de hel, en onze ziel is als de dwaze kameel.


Salaam vroeg:

Ónze ziel, Vader? Dat maakt me bang.


Ya'akub sprak:

De kameel had geen reden om zijn heer te verlaten, en de onherbergzame woestijn te verkiezen boven de overvloed. Zo heeft onze ziel geen reden om de Almachtige te verlaten en het kwaad te verkiezen. De Almachtige heeft een omtuining om ons leven gelegd, maar dwingt ons niet om Hem te dienen. En zoals er geen enkele reden was voor de kameel om de woestijn in te trekken, zo hebben wij geen enkele reden om de Almachtige te verlaten. Toch doen we dat, steeds als we zondigen.

Wanneer we berouw hebben en roepen, zoekt de Almachtige ons op en brengt ons terug. Maar wanneer onze ziel zich went aan de zonde, is ze als de kameel die steeds verder weg de woestijn in trekt. En er zijn zielen die niet meer tot berouw komen, en dan - net als de dwaze kameel - tenslotte verdord in de duisternis omkomen.


Salaam vroeg:

Men heeft mij gezegd dat de ziel eeuwig is, hoe kan ze dan omkomen?


Ya'akub sprak:

De ziel in de woestijn zal sterven zoals de dwaze kameel. Een kameel kan niet altijd blijven sterven, eens blaast hij de laatste adem uit. De ziel die zondigt sterft elke dag een beetje, steeds meer en meer. Maar de ziel heeft geen laatste adem. De hel is de plaats waar de ziel haar laatste adem zou willen uitblazen, maar het niet zal kunnen.


Salaam zei:

Vader - nu ben ik werkelijk bevreesd.


Ya'akub antwoordde:

We behoren bevreesd te zijn voor de hel, en zeker ook voor de zonde die ons daar brengt. Maar vooral moeten we bevreesd zijn voor de onbekeerlijkheid van onze ziel, die ons weerhoudt in berouw terug te keren naar de Almachtige.

De kameel had niet na elke dag door hoeven lopen, steeds verder de woestijn in. De weg terug lag elke morgen voor hem open. Hij had kunnen roepen om zijn heer, die hem voorzeker had gehoord - zelfs in die laatste nacht.

Zo is er voor onze ziel ook steeds een weg terug, een weg terug naar de Almachtige, naar Zijn liefde en Zijn gaven.

Maar zovele zielen wíllen niet.