7. Verbondenheid en bescheidenheid
Op het eerste deel van deze serie kreeg ik een reactie, die ik even in mijn eigen woorden samenvat: hoe verhoudt theologie studeren zich tot het feit dat de eerste apostelen voor een deel ongeletterde vissers waren?
Een vergelijkbare vraag werd ds. Kersten, de oprichter van de Gereformeerde Gemeenten in 1907, gesteld toen die een eigen predikantsopleiding wilde (de huidige school aan de Boezemsingel in Rotterdam). De school zou 'fabrieksdominees' opleveren, was het verwijt.
Het antwoord hierop moet mijns inziens genuanceerd zijn. In deze 'aflevering' wil ik benadrukken wat het belang is van een goede opleiding, maar dat het belang van opleiding binnen de christelijke kerk ook kan worden gerelativeerd, hoop ik later nog te benoemen.
Afgelopen week stuurde iemand met wie ik studeerde aan de Radboud mij een podcast op, en de manier waarop dat gesprek werd gevoerd deed me beseffen waar de waarde van een theologiestudie in zit. Het betreft dit gesprek tussen Elbert Pogosjan met Florens van der Spek en Jordy Loendersloot. De inhoud van het gesprek is hier even minder van belang, daar kom ik misschien later nog op terug; het gaat me over de manier van argumenteren; interessant is namelijk dat hetzelfde onderwerp is bediscussieerd tussen Elbert en dr. P. de Vries.
Florens heeft, aan zijn LinkedIn profiel te zien, een hoveniersopleiding gedaan. Jordy deed bestuurskunde in Tilburg. Elbert heeft oa een master in christelijke theologie behaald in Tilburg (concludeer ik uit wat Chris Verhagen zei). Daarmee beschouw ik Elbert als theologisch opgeleid, Florens en Jordy niet.
Dat verschil is goed te merken; Florens en Jordy vervallen met regelmaat in een soort tale kanaäns, zonder ooit echt diep te gaan - zoals het voortdurende herhalen van de uitdrukking 'het Woord recht snijden'. Ik kreeg het gevoel dat Florens een bepaald arsenaal aan oneliner-achtige argumenten heeft, dat hij op straat gebruikt en simpelweg opnieuw afdraaide bij Elbert. Toen Elbert heel even verwees naar kerkvaders (1:12:47), reageerde Florens direct dat we 'niemand onze vader' moeten noemen; alsof dat een voorgeprogrammeerde reactie was die in zijn hoofd werd getriggerd. Voeg daarbij Florens' haast kinderlijke reactie op de suggestie van Elbert dat zijn opvattingen sterk calvinistische trekken hebben (wat theologisch gezien zeker juist was).
Voor Pogosjan was, hoewel hij dat in het gesprek met Florens en Jordy niet echt verder uitwerkte, het beroep op de kerkvaders wel inhoudelijk van belang: hij probeerde ermee aan te geven dat hij zijn opvatting niet zelf had 'bedacht', maar dat die 'oude papieren' zou hebben. Oftewel, voor Elbert is het van belang om verbinding te zoeken met de theologie van de Kerk der eeuwen.
Florens en Jordy hebben voldoende aan hun eigen manier van bijbellezen; en hoewel ze instemden met Elberts opmerking dat we allemaal beïnvloed zijn door de tijdgeest en onze omgeving, blijkt niet dat hen dat voorzichtiger maakt. Florens en Jordy zijn, wat bijbelinterpretatie betreft, uiteindelijk hun eigen leergezag.
Ik keek na dit gesprek het debat tussen Elbert en dr. P. de Vries; en hoewel De Vries evenzeer gelooft in de volharding der heiligen als Florens en Jordy, begrijpt De Vries waar de knelpunten zitten en wil ook hij aansluiten bij de theologie, in het bijzonder dan die van Augustinus en de Reformatie. Van alle vier komt De Vries het minst drammerig over, en dat terwijl hij tegelijk zondermeer het hoogst geschoold is in de theologie.
Mijn conclusie, op basis van deze twee video's, was dan ook dat theologie studeren helpt om de grenzen te ontdekken van wat we met stelligheid kunnen beweren; met andere woorden, studeren maakt je voorzichtiger. Je leert de argumenten van tegenstanders waarderen. Florens en Jordy zijn een voorbeeld van het Dunning-Kruger effect: ze weten een beetje van theologie en denken vervolgens álles te weten. Nogal een contrast met Socrates, waaraan de uitspraak wordt toegeschreven "Het enige dat ik weet, is dat ik niets weet".
Hieraan verbonden is het feit dat theologie studeren je gevraagd en ongevraagd confronteert met meningen uit de kerkgeschiedenis. Je leert je verhouden tot wat ánderen beweerd hebben over de Bijbel en de theologie. Je komt erachter dat je eigen ideeën vaak niet zo uniek zijn of geniaal als je aanvankelijk dacht. En je leert het waarderen wanneer je gebruik kan maken van het denkwerk van de 'groten' uit de voorbije eeuwen.