zaterdag 7 november 2026

De gevolgen van Theologie studeren (9)

9. Rome en Reformatie en de vraag naar 'waarheid'

Het volgen van een theologiestudie heeft als nadeel dat je wat meer van afstand leert kijken naar het geloof, en ook naar de vorm waarin dat geloof wordt beleden binnen de kring waarin je zelf bent opgegroeid. Theologiestudies zijn niet identiek aan religiewetenschappen, maar er is tegelijk overlap.

Vanwege die wat meer afstandelijke blik komt ook het meer menselijke en subjectieve van het geloof naar de oppervlakte. In de loop van de eeuwen hebben mensen erg veel dingen beweerd, regelmatig ook dingen die met beweringen van anderen in strijd waren. Hoe bepaalt men daaruit het werkelijk waardevolle, het werkelijk 'ware'?

Sommigen zouden die vraag willen beantwoorden door te verwijzen naar het Sola Scriptura: altijd weer terug naar de Schrift als het meest betrouwbare fundament. Zoals ik eerder heb aangegeven, denk ik niet dat dit zondermeer kan: er is geen Schrift zonder Kerk (en ja, andersom ook niet).

Maar hoe kan dan de inhoud van het christelijke geloof worden gedefinieerd? Is die mogelijk 'veelkleurig', zodat alle stromingen 'een deel van de waarheid' bezitten, en geen van de stromingen in zichzelf het ware geloof in zijn geheel representeert? Voor postmoderne oren is dat misschien een aantrekkelijke zienswijze; wat ertegen pleit, is dat ik mij geen enkele kerkelijke splitsing in de geschiedenis voor de geest kan halen die ooit is ontstaan vanuit het idee dat "overal wel delen van de waarheid te vinden zijn". Meestal in tegendeel, kerkelijke gemeenschappen scheurden juist omdat men dacht dat de waarheid in het geding was; ook de perikelen anno 2026 in de CGK hebben te maken met de vraag naar 'juistheid', in dit geval hoofdzakelijk de 'juiste' manier van de Schriftinterpretatie en de 'juiste' rol van het overkoepelend kerkelijk gezag.

Met deze terechte vraag naar wat "waar" is in het achterhoofd, is het mijns inziens dan niet vreemd dat de Rooms-Katholieke Kerk op mensen een aantrekkingskracht uitoefent. Ook ik heb mij dit afgevraagd; of deze vraag naar de "waarheid" niet alleen in de Moederkerk kan worden beantwoord. Want dáár wordt de theologie niet bepaald door de inzichten van de enkeling, en draagt het beleden geloof de naam "katholiek" in plaats van de naam van een individu (zoals het geval is bij het Lutheranisme of het Calvinisme).

Dat katholieke strekt zich uit tot het verleden: de Rooms-Katholieke Kerk staat op de schouders van kerkelijke voorvaders, veel meer dan om het even welke protestantse kerkgemeenschap (misschien de Anglicanen uitgezonderd). In de theologische teksten wordt hun inbreng doorgaans serieus overwogen; in protestantse/gereformeerde teksten is dat minder, naar mijn ervaring.

Dat mensen de overstap maken naar de Rooms-Katholieke Kerk kan ik me dus wel voorstellen, al doet ook lang niet iedereen dat om dezelfde redenen. De aantrekkingskracht van de Rooms-Katholieke Kerk ligt voor mij vooral bij de leer, en minder in de uiterlijkheden (de 'smells and bells') van de liturgie. In het bijzonder spreekt mij de manier aan waarop de mens als mens serieus wordt genomen. Hoewel het een bijzonder moeilijk toegankelijk werk is, proefde ik dat bijvoorbeeld in de Theologie van het Lichaam van Paus Johannes Paulus II. In de gereformeerde theologie is de mens vooral passief, anders wordt de mens al snel als mogelijke concurrent van God gezien. Met die gedachte heb ik in toenemende mate moeite, en de vraag hoe God en mens zich met elkaar verhouden, komt op verschillende manieren naar boven in de theologie: rond het punt van de rechtvaardiging en de heiliging, maar ook rond het punt van de eschatologie.  

Toch zou ik zelf een overstap naar de Rooms-Katholieke Kerk moeilijk kunnen maken. Ik wil hier 2 redenen noemen.

  1. Een dergelijke overstap maken is in feite iets heel 'protestants': je verlaat een gemeenschap omdat je zélf overtuigd bent dat dat het beste is. Net als Luther verbreek je daarmee eerder gedane beloften (bijvoorbeeld, bij de belijdenis). Als ik een dergelijke stap zou zetten omdat ik het gereformeerde belijden teveel vind leunen op eigenzinnige theologie, dan heeft dat iets paradoxaals. 
  2. De Rooms-Katholieke Kerk heeft niet alleen een leer, maar ook een cultuur. De volkskatholiciteit die ik al eens eerder noemde, staat erg ver af van de gereformeerde cultuur. En veel uit de volkskatholiciteit ervaar ik als een ongezonde uitwas - te denken valt aan de Maria- en heiligencultus die mijns inziens toch regelmatig het werk van Christus verdoezelt terwijl het Zijn werk juist zou moeten bekrachtigen (is het idee). Daarbij zie ik in mijn eigen kerkgemeenschap wat het leven op basis van de Bijbel als dé autoriteit voor vruchten voort kan brengen.

Ondanks deze twee punten blijft de eenheid van de Kerk wel een aangelegen punt voor mij en zie ik sinds de reformatie tevens een aantal tendensen ontstaan waar ik minder gelukkig mee ben. De protestantse ds. Vermeulen uit Utrecht besprak onlangs het boek van Joan Lindhout en ik kon mij in zijn gedachtengang goeddeels vinden. Vermeulen gaf toe dat de vragen die Lindhout in zijn boek stelde (rond de kerkelijke verdeeldheid, het gewicht van de sacramenten en de rijkdom van de liturgie) bij hemzelf ook 'resoneerden'; en de voorstellen die hij vervolgens doet lees ik als een gezonde correctie, een 'herijking', zoals hij het zelf noemt.

Tegelijk concludeert Vermeulen, in tegenstelling tot Lindhout, dat 'niet alle wegen tot Rome leiden'; dit 'herijken' van de protestantse kerken dat hij voorstelt, lijkt voor hem voldoende. Mijn kritiek daarop is dat we dan tóch als lichaam van Christus gescheiden blijven, en met de diepgewortelde anti-autoritaire houding van het protestantisme gebeurt te weinig.

Een paar jaar terug heb ik een predikant in de PKN wel eens de hoop horen uitspreken dat de protestantse kerken als een eigen 'rite' in de Rooms-Katholieke Kerk worden opgenomen. Nu al bestaan de 'latijnse' en de 'oosterse' rite naast elkaar, die een geheel eigen kerk- en liturgiestructuur hebben (zelfs het kerkelijk recht is afwijkend), maar waarbij het uiteindelijk gezag bij beiden bij de Paus ligt en beide riten dus met elkaar in gemeenschap ('communio') zijn. Ik vind deze gedachte inmiddels een stuk minder absurd dan ik hem destijds vond, en mijn beide zorgpunten die ik hierboven noemde, zouden daarmee ook gelijk van tafel zijn.

Eenvoudig is zo'n stap niet, uiteraard. Maar het doet recht aan het feit dat de Heilige Geest ook onmiskenbaar heeft gewerkt onder de protestantse kerken, dus ook hún 500-jarige historie hoort bij de wereldwijde kerkgeschiedenis. Het doet ook recht aan het feit dat de echte Kerk niet pas bij Calvijn en Luther begon, zoals gereformeerden in de praktijk als 't puntje bij 't paaltje komt, toch vaak denken. De protestantse en gereformeerde theologie móét in gesprek worden gebracht met de rest van de Kerk, ook die van de vroegere Kerk. Het meest nog doet een dergelijke stap recht aan Jezus' wens dat Zijn volgelingen één zijn.

Voor mezelf hanteer ik intussen de regel dat God de geschiedenis leidt, en dus ook de geschiedenis van de Kerk, en ook de geschiedenis van de Reformatie. Daarmee mag de Reformatie niet worden genegeerd én niet worden verabsoluteerd. Verder neem ik alle stemmen in de Kerk serieus, waarbij díé stemmen prioriteit krijgen die zich helder verbinden of positief willen verhouden tot de hoofdstroom van de Kerk in tijd en plaats - en voor de duidelijkheid, de Rooms-Katholieke Kerk maakt daar deel van uit.

Misschien is deze regel wel één van de belangrijkste 'gevolgen van Theologie studeren' voor mij geweest.

woensdag 28 oktober 2026

De gevolgen van Theologie studeren (8)

8. Reformatie en de Vetus Ordo

De Rooms-Katholieke Kerk heeft voor mij een bepaalde aantrekkingskracht. In tegenstelling tot protestantse denominaties is er een centraal leergezag dat met enig recht kan claimen terug te gaan op de tijd van de apostelen. Er is een vrij strakke, top-down ingerichte organisatiestructuur waarbij 'autoriteit' en 'gehoorzaamheid' belangrijke begrippen zijn. Ik houd van regels (CIC-1983) en helderheid; vermoedelijk is een verband met mijn autismediagnose niet al te vergezocht.

De RKK straalt homogeniteit en massiviteit uit. Maar ook hier geldt dat een bepaalde groepering voor buitenstaanders vaak homogener lijkt dan die in werkelijkheid is. Er mag dan één Paus en één magisterium zijn, dat betekent niet dat iedereen hetzelfde denkt - of dat iedereen toejuicht wat de Paus zegt. Er zijn zeer vrijzinnige stromingen, waar ik bijvoorbeeld onze docent Liturgie van destijds op de Radboud onder schaar voor wie de opstanding van Christus een "ervaring van de discipelen" was - hijzelf beleed niet geheel verrassend een discipel van Schillebeeckx te zijn. Hij was er zich van bewust een halve ketter te zijn op bepaalde vlakken, maar stelde tegelijk zeer stellig dat hij (letterlijke quote) "zo katholiek als de pest" was.

Dit 'cultuurkatholicisme' is voor mij moeilijk te begrijpen, omdat het zeer grote vrijzinnigheid claimt binnen een Kerk die formeel het absolute tegendeel predikt. Logischer, en voor mij ook ergens sympathieker, zijn de mensen en groeperingen die de leer van de Kerk consequent en strikt opvatten. En die zijn er binnen de RKK ook. Ik kende het Opus Dei al door het werk van de Amerikaanse bekeerling Scott Hahn. Recent kwam de SSPX in het nieuws vanwege de excommunicatie door Paus Leo XIV. 

Zoals ik al zei heb ik (een beetje van nature) sympathie voor conservatieve stromingen. Ze buigen niet zomaar mee met elke nieuwigheid en geven het gevoel van stabiliteit in een onrustige wereld. Hun wat rigide redeneringen hebben aantrekkingskracht omdat ze vrij eenvoudig zijn - het taalgebruik is lang niet zo wollig als in de vrijzinnigheid. God de Vader is een bestaand Persoon; Jezus is Zijn Zoon die daadwerkelijk lichamelijk is opgestaan. De feiten tellen als eerste en niet de ervaringen. Ik ben zelf ook in een behoudende kring opgegroeid, zij het een protestantse, en dergelijke helderheid  roept herkenning op. Op de Radboud merkte ik wel eens op dat ik waarschijnlijk meer van de RK catechismus onderschreef dan vrijwel iedere katholiek die daar rondliep.

Het gedoe rond de SSPX raakt echter aan het punt waar mijns inziens 'puur conservatief' zijn in spanning kan komen met de essentie van de Kerk en haar gezag. Die spanning kan in het geval van de SSPX met één zin zichtbaar worden gemaakt: Enerzijds wil de SSPX de macht van de Paus vergroten (zoals die vroeger was), anderzijds weigeren ze de huidige Paus te gehoorzamen. 

Het grote punt van conflict is hier de besluiten van het Tweede Vaticaans Concilie, en meer specifiek die rond de vernieuwingen van de liturgie. Het zeer behoudende deel van de RKK wil vasthouden aan de Tridentijnse mis (in het latijn), en dat geldt zeker voor de SSPX.

Aan het begin van de opleiding aan de Radboud kreeg ik de gelegenheid om een Latijnse (Tridentijnse, 'Vetus Ordo') mis bij te wonen in Oss. Deze werd georganiseerd door het behoudende EWTN. Ergens had ik daar wel hoge verwachtingen van, want daar zouden tenslotte de "echte" katholieken tenslotte komen, geen clubje cultuurkatholieken. Een beetje tot mijn verrassing gaf de dienst mij juist echter een bepaald inzicht in waarom de Reformatie had plaatsgevonden. Sterker dan een reguliere - 'Novus Ordo' - mis is een Tridentijnse mis iets wat tussen de priester en God plaatsvindt, en zijn - naar mijn beleving - de kerkgangers 'aanwezigen' bij het ritueel. Voor mij werd dit gevoel natuurlijk nog verder versterkt doordat ik een gereformeerde buitenstaander was. Maar tekenend was daarbij het feit dat ook mijn Rooms-Katholieke medestudente de liturgie niet kon volgen, ook al hadden we die op papier meegekregen.

Ik realiseerde me hoe eenvoudig een dergelijke 'setting' tot bijgeloof zou kunnen leiden. Het publiek die zondagochtend in Oss was waarschijnlijk relatief goed geïnformeerd in de geloofszaken, en de aanwezigen zullen neem ik aan juist daarom een bewuste, overwogen keuze hebben gemaakt voor een Latijnse mis. Maar voor de doorsnee Middeleeuwer zal dat anders zijn geweest. Wat de priester 'ad orientem' uitvoert in dienst van God voor hen, maar hoofdzakelijk zonder hen, kan eenvoudig als een soort magisch gebeuren worden opgevat.

Nu had ik ook wel met 'Novus Ordo' - missen kennisgemaakt, ik denk bijvoorbeeld aan de online uitzendingen door Mike Schmitz. Die zijn nog steeds vrij 'sober' (en Schmitz staat ook niet bepaald als liberaal bekend), maar tegelijk is de viering wel veel meer 'met elkaar' als gemeenschap. Deze nieuwe liturgische vorm is een verworvenheid van Vaticanum II, naar mijn ervaring een sterke verbetering - maar diezelfde vorm wordt dus betwist door de meest conservatieve stromingen waar ik me doorgaans het meest mee verbonden voel.

Niet alleen realiseerde ik me dat door de Reformatie een belangrijk probleem was aangekaart, maar ook dat er een grens is aan behoudzucht. Het conservatisme van de SSPX is zo sterk dat het gelijkenis vertoont met rebellie; zoals vaker raken de uitersten elkaar. Wanneer Vaticanum II wordt weggezet als een dwaling, haalt de SSPX mijns inziens het hele fundament van de Rooms-Katholieke Kerk weg: wie gaat dan bepalen welk concilie wel of niet door de Geest geleid was?

In deze week vlak voor de Reformatieherdenking blijf ik daarmee staan met een soort dubbele conclusie. Met J.H. Gunning (in zijn boek over kardinaal Newman, p. 17-18) zeg ik: 

"[Men zegt:] En dan breekt eerst met de reformatie de tijd voor Gods ware Kerk aan! Neen, zoo eenvoudig en simplistisch kan ik mij de geschiedenis van Christus' Kerk onmogelijk voorstellen. Ook ik ben een zoon der hervorming, maar ik kan de reformatie niet alléén als een zegen, ik moet haar óók als een oordeel Gods beschouwen."

Dat oordeel betrof de Rooms-Katholieke Kerk uit die dagen, die ver van haar plaats was. Tegelijk draagt de Reformatie ook de aspecten van opstand tegen gezag met zich mee. We vinden het vaak eenvoudiger dit te aanvaarden bij gebeurtenissen in het verre verleden, dan wanneer mensen nú menen dat ze op een theologisch punt gelijk hebben en hun kerkgemeenschap daardoor laten scheuren. Mijn voorzichtige conclusie is dat het zowel nu als tóén iets verkeerds is; en dat dit destijds weliswaar hoofdzakelijk aan de RKK, maar toch niet geheel alleen aan haar te wijten was. Je hoeft niet ver te zoeken op het internet om te begrijpen dat een karakter als dat van Luther niet altijd even plooibaar was; vooral in het debat met Erasmus viel mij dat op. Het is de wens van Jezus dat de christenen één zijn, en eenheid is alleen mogelijk wanneer gezag wordt gerespecteerd.

Daarmee moet ook de houding van de SSPX worden verworpen; en mijns inziens om twee redenen. Allereerst omdat het in opstand komen tegen kerkelijk en conciliair gezag niet past bij 'katholiek' zijn. In de tweede plaats omdat ik geloof dat de Reformatie destijds op het vlak van de liturgie zeker een belangrijk punt aankaartte; het is niet zomaar dat Vaticanum II de plaats en de rol van de geloofsgemeenschap heeft versterkt. Dit is eerder een herstel dan een breuk met het verleden. Als er iets te vieren is rond 31 oktober, dan zeker ook dit. 

maandag 19 oktober 2026

De gevolgen van Theologie studeren (7)

7. Verbondenheid en bescheidenheid


Op het eerste deel van deze serie kreeg ik een reactie, die ik even in mijn eigen woorden samenvat: hoe verhoudt theologie studeren zich tot het feit dat de eerste apostelen voor een deel ongeletterde vissers waren? De vraag is niet uitzonderlijk, ik kwam onlangs dezelfde gedachte tegen in het boek Antibarbari van Erasmus.


Ook ds. Kersten, de oprichter van de Gereformeerde Gemeenten in 1907, kreeg dit als tegenwerping toen die een eigen predikantsopleiding wilde (de huidige school aan de Boezemsingel in Rotterdam). De school zou 'fabrieksdominees' opleveren, was het verwijt. 


Het antwoord hierop moet mijns inziens genuanceerd zijn. In deze 'aflevering' wil ik benadrukken wat het belang is van een goede opleiding, maar dat het belang van opleiding binnen de christelijke kerk ook kan worden gerelativeerd, hoop ik later nog te benoemen.


Afgelopen week stuurde iemand met wie ik studeerde aan de Radboud mij een podcast op, en de manier waarop dat gesprek werd gevoerd deed me beseffen waar de waarde van een theologiestudie in zit. Het betreft dit gesprek tussen Elbert Pogosjan met Florens van der Spek en Jordy Loendersloot. De inhoud van het gesprek is hier even minder van belang, daar kom ik misschien later nog op terug; het gaat me over de manier van argumenteren; interessant is namelijk dat hetzelfde onderwerp is bediscussieerd tussen Elbert en dr. P. de Vries.


Florens heeft, aan zijn LinkedIn profiel te zien, een hoveniersopleiding gedaan. Jordy deed bestuurskunde in Tilburg. Elbert heeft oa een master in christelijke theologie behaald in Tilburg (concludeer ik uit wat Chris Verhagen zei). Daarmee beschouw ik Elbert als theologisch opgeleid, Florens en Jordy niet.


Dat verschil is goed te merken; Florens en Jordy vervallen met regelmaat in een soort tale kanaäns, zonder ooit echt diep te gaan - zoals het voortdurende herhalen van de uitdrukking 'het Woord recht snijden'. Ik kreeg het gevoel dat Florens een bepaald arsenaal aan oneliner-achtige argumenten heeft, dat hij op straat gebruikt en simpelweg opnieuw afdraaide bij Elbert. Toen Elbert heel even verwees naar kerkvaders (1:12:47), reageerde Florens direct dat we 'niemand onze vader' moeten noemen; alsof dat een voorgeprogrammeerde reactie was die in zijn hoofd werd getriggerd. Voeg daarbij Florens' haast kinderlijke reactie op de suggestie van Elbert dat zijn opvattingen sterk calvinistische trekken hebben (wat theologisch gezien zeker juist was).


Voor Pogosjan was, hoewel hij dat in het gesprek met Florens en Jordy niet echt verder uitwerkte, het beroep op de kerkvaders wel inhoudelijk van belang: hij probeerde ermee aan te geven dat hij zijn opvatting niet zelf had 'bedacht', maar dat die 'oude papieren' zou hebben. Oftewel, voor Elbert is het van belang om verbinding te zoeken met de theologie van de Kerk der eeuwen.


Florens en Jordy hebben voldoende aan hun eigen manier van bijbellezen; en hoewel ze instemden met Elberts opmerking dat we allemaal beïnvloed zijn door de tijdgeest en onze omgeving, blijkt niet dat hen dat voorzichtiger maakt. Florens en Jordy zijn, wat bijbelinterpretatie betreft, uiteindelijk hun eigen leergezag.


Ik keek na dit gesprek het debat tussen Elbert en dr. P. de Vries; en hoewel De Vries evenzeer gelooft in de volharding der heiligen als Florens en Jordy, begrijpt De Vries waar de knelpunten zitten en wil ook hij aansluiten bij de theologie, in het bijzonder dan die van Augustinus en de Reformatie. Van alle vier komt De Vries het minst drammerig over, en dat terwijl hij tegelijk zondermeer het hoogst geschoold is in de theologie.


Mijn conclusie, op basis van deze twee video's, was dan ook dat theologie studeren helpt om de grenzen te ontdekken van wat we met stelligheid kunnen beweren; met andere woorden, studeren maakt je voorzichtiger. Je leert de argumenten van tegenstanders waarderen. Florens en Jordy zijn een voorbeeld van het Dunning-Kruger effect: ze weten een beetje van theologie en denken vervolgens álles te weten. Nogal een contrast met Socrates, waaraan de uitspraak wordt toegeschreven "Het enige dat ik weet, is dat ik niets weet".


Hieraan verbonden is het feit dat theologie studeren je gevraagd en ongevraagd confronteert met meningen uit de kerkgeschiedenis. Je leert je verhouden tot wat ánderen beweerd hebben over de Bijbel en de theologie. Je komt erachter dat je eigen ideeën vaak niet zo uniek zijn of geniaal als je aanvankelijk dacht. En je leert het waarderen wanneer je gebruik kan maken van het denkwerk van de 'groten' uit de voorbije eeuwen.