donderdag 10 september 2026

De gevolgen van Theologie studeren (1)

1. Inleiding

"Wie wel theologie gaat studeren, doet er goed aan te onderzoeken of dat Gods wil is", schreef het hoofdredactionele commentaar van het RD op 29 augustus 2026. "Een theologiestudie is namelijk verrijkend, maar niet tolvrij. Kennis over Bijbelhandschriften, redactiegeschiedenis en geniale theologen kan ook verwarren. Het kan iemand zelfs zijn geloof kosten".

De afgelopen vier jaar heb ik theologie gestudeerd, eerst 2 jaar een premaster traject aan de Radboud Universiteit, en in de 2 jaar daarna de master Herbronning Gereformeerde Theologie afgerond aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Als kind opgegroeid in de Gereformeerde Gemeenten, maakte ik op mijn 32e de keuze om over te stappen naar de Hersteld Hervormde Kerk. Dat had alles te maken met mijn groeiende kritiek op de matige exegese in combinatie met de zeer stellige uitspraken die in mijn oude kerkverband naar mijn gevoel een klimaat schiepen waarin nauwelijks ruimte was voor een echt inhoudelijk gesprek over het geloof.

Via het internet kwam ik in aanraking met het gematigd conservatieve Rooms-Katholicisme, allereerst door video's van Robert Barron. Dat opende mijn interesse voor de meer filosofische kant van het christelijk geloof en de ontwikkeling van het christelijk denken door de eeuwen heen. Meer en meer begon ik me te verbazen over het feit dat in zoveel theologische discussies de ultieme autoriteit "de Reformatie" leek te zijn, zeker in de Nederlandse context. De kerkgeschiedenis leek in de praktijk na het NT een enorme sprong te maken naar 1517, hooguit met (delen van) Augustinus als tussenstationnetje.

Ik moet denken aan de discussies rond het aanbod van genade binnen de Gereformeerde Gemeenten die ontstonden door de publicaties van Blaauwendraad en Van der Zwaag. Allerlei uitspraken van predikanten werden vergeleken met die van de zogenaamde "oudvaders" - personen die twee eeuwen ervoor leefden. Teruggrijpen naar Calvijn in dergelijke gesprekken is al vrij extreem, terwijl diens Institutie formeel als zeer gezaghebbend wordt aanvaard. Het lijkt er op dat nog verder teruggaan niet als relevant wordt gezien.

Dat begon te wringen voor mij. Het was alsof de Reformatie niet zozeer het oude herstelde, maar een volledig nieuwe theologie "op de kaart" had gezet. Als het ware een geheel nieuwe vorm van geloof. Terwijl Luther en Calvijn zelf daar heel anders tegenaan keken, zij zagen wel degelijk een bepaalde continuïteit tussen hun eigen denken en in ieder geval de vroegere Kerk.

Ik weet dat er ook andere stemmen zijn (geweest), zeker rond de vroege kerkvaders als Augustinus en Chrysostomus is wel wat meer interesse ontstaan. Maar het blijft beperkt.

Toen zich de gelegenheid aandiende om theologie te gaan studeren aan de Radboud (zij boden een praktisch programma dat heel goed met mijn gewone baan te combineren was) was het voor mij dan ook juist géén bezwaar dat de RU een katholieke achtergrond had. Het was eerder een voordeel; de master aan de TUA werkte daarna ook weer op een bepaalde manier verbredend.

De komende tijd wil ik wat reflecties geven op mijn ervaringen in de afgelopen vier jaar: wat houdt dat nu eigenlijk in, theologie studeren? Hoe gaat dat in een postmodern klimaat? Houdt je geloof stand terwijl er fundamentele vragen worden gesteld? Maakt het uit waar je studeert?

Die reflectie zal ik doen aan de hand van de punten die ik hierboven aanhaalde uit het commentaar van het Reformatorisch Dagblad. Uiteraard zijn dat heel subjectieve ervaringen. Reageer daarom gerust, wellicht ben ik hier en daar ook te kort door de bocht en redeneer ik te simpel en het is goed om daarin gecorrigeerd te worden. En misschien heb je zelf wel een onderwerp wat je graag besproken zou zien! Hoeveel "delen" er gaan volgen weet ik in ieder geval nog niet op voorhand.