zaterdag 5 februari 2022

Spiegel en Licht

Conservatief en progressief

Er wordt wel eens gezegd dat de Kerk ongeveer vijftig jaar achterloopt op de niet-gelovige wereld. Vanuit een soort verkrampt conservatisme probeert de Kerk zo lang mogelijk vernieuwingen buiten de deur te houden, maar na verloop van tijd kruipen de veranderingen toch binnen. Het beeld ontstaat van een Kerk die als een loden bal de vooruitgang tegenwerkt, maar uiteindelijk toch wel meegesleept wordt.

Begin 2022 waren er twee onderzoeken, van het ND en de Trouw, over de situatie waarin de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk zich tegenwoordig bevindt. Er blijkt een tweespalt te zijn tussen de gewone, progressieve gelovigen en de behoudende kerkleiding. De gewone gelovigen hebben liever vandaag dan morgen de kerkelijke zegening van het homo-huwelijk en vrouwelijke priesters. Maar de officiële leer van de Kerk is anders, en dus houden de bisschoppen het bij het oude. In een redactioneel commentaar roept de Trouw dan ook op: Bisschoppen, sta dichter bij de gelovigen. In feite wordt er bedoeld: bisschoppen, volg je progressieve kudde. Doe wat de rest ook doet.

Nu valt er over het woord progressief op zichzelf genoeg te zeggen, G.K. Chesterton heeft eens betoogd dat het doorgaans meer inspanning kost om iets te conserveren dan om met het water van de tijdgeest mee te drijven. Progressief-zijn klinkt dus actiever dan het misschien in werkelijkheid is.

Maar los daarvan kunnen we stellen dat de progressieve kudde hier in feite de niet-christelijke wereld heeft gevolgd, en Trouw roept de leiding van de Kerk op om hetzelfde te doen.


Spiegel

De wereld buiten de Kerk was in het nog niet al te lang vervlogen verleden een gekerstende samenleving. In de afgelopen honderd jaar schudt deze wereld steeds meer af van die kerstening, in zekere zin zouden we de buitenkerkelijke wereld kunnen beschouwen als een puber die zijn of haar eigen weg wil kiezen en de ouders confronteert met vragen waar ze nog nooit bij stil hebben gestaan. Deze vragen kunnen confronterend zijn en nopen regelmatig tot herbezinning.

De vragen en klachten die de buitenkerkelijke wereld bij de Kerk brengt functioneren voor wat die Kerk betreft als een spiegel. Uit de klachten blijkt dat er buiten de Kerk een realiteit is waar - in ieder geval vanuit het gezichtspunt van de wereld - de Kerk niet altijd adequaat op reageert. De rol van de vrouw in de samenleving is hiervan een goed voorbeeld. Honderdvijftig jaar geleden stond de samenleving onder de leiding van louter mannen, van overheid tot gezin. De feministische emancipatiebeweging heeft in de Kerk nooit een bondgenoot gevonden, maar nu - na honderdvijftig jaar - zijn er zelfs onder de behoudenden nog maar weinigen die vinden dat wat dit betreft de klok volledig zou moeten worden teruggedraaid. Dat meisjes kunnen studeren vindt vrijwel iedereen volstrekt normaal. En dus kunnen we stellen dat de vrouwenemancipatie ook de Kerk terecht een spiegel heeft voorgehouden.

Uit de onderzoeken van Trouw en het ND komt onder andere homoseksualiteit ter sprake. Recenter dan de vrouwenemancipatie houdt de wereld hier de Kerk opnieuw een spiegel voor, namelijk, dat er mensen zijn die tot dusver altijd op de achtergrond gebleven zijn uit angst voor een schandaal - juist in de Kerk. Buiten de Kerk zijn de homoseksuele mensen in ieder geval officieel met open armen ontvangen. Zal de Kerk over vijftig jaar net zo denken over homoseksualiteit als over de vrouwenemancipatie? Blijkens de redactionele oproep van Trouw lijkt de krant die verwachting wel te hebben.


Twee uitersten

Hoe dan ook wordt de Kerk opgeroepen om te reageren. En wat betreft een mogelijke reactie  zijn er twee extremen.

De ene mogelijkheid is dat de oproep geheel wordt gevolgd. In sommige cartoons wordt een dergelijke stap uitgebeeld, waarbij de Kerk haar dogma's herziet tot en met de Bijbel zelf. Die dogma's zijn immers vosltrekt verouderde relicten uit de oertijd. De Bijbel is geschreven in een tijd die niet te vergelijken is met de onze. We zijn inmiddels verder ontwikkeld, en het is dwaas vast te blijven houden aan die verouderde denkbeelden.

De andere, tegengestelde, mogelijkheid is dat de Kerk vindt dat er geen antwoord hoeft te komen op vragen die niet vanuit de Kerk zelf ontstaan. De vraag van de buitenkerkelijke wereld wordt genegeerd, en zelfs beschouwd als gevaarlijk. De buitenkerkelijke wereld is niet alleen buitenkerkelijk, die wordt ook beschouwd als tegen-kerkelijk en anti-christelijk.

Beide opties zijn onbevredigend. We hebben inmiddels genoeg voorbeelden van kerkelijke gemeenschappen die volledig zijn meegegaan met "de tijd". Aanvankelijk hebben deze gemeenschappen nog aantrekkingskracht, omdat ze doorgaans sterk sociaal geëngageerd zijn. Maar het onderscheid tussen een dergelijke kerkelijke gemeenschap en een niet-christelijke hulporganisatie vervaagt snel. Verder (en wellicht daardoor) vergrijzen ze in hoog tempo.

De optie van de isolatie en wereldmijding heeft als pré dat de radicaliteit van het Evangelie blijft staan. Maar tegelijkertijd wordt de band met de buitenwereld soms zó definitief doorgesneden dat dit Evangelie de kerkmuren nooit meer verlaat en niet meer zichtbaar is in de maatschappij. De Kerk draait dan de wereld de rug toe en sluit voor de wereld de deuren toe.


Spiegel - en licht

Is er een mogelijke tussenweg?

Die tussenweg begint met het serieus nemen van de vragen en klachten uit de buitenkerkelijke wereld, en het openhouden van de mogelijkheid dat we binnen de Kerk een blinde vlek hebben voor bepaalde reële problemen. Er kan een vorm van zelfgenoegzaam farizeïsme groeien dat niet alleen zonde weert maar ook hele groepen mensen - omdat we die mensen bijvoorbeeld vanwege hun leefstijl niet vinden passen bij de heiligheid van de Kerk. 

De maatschappij van vandaag stelt aan de Kerk bijvoorbeeld de vraag wat het betekent om een mens te zijn met een homo-seksuele oriëntatie. De Kerk moet zich dan allereerst realiseren dat het hier in de eerste plaats om mensen gaat, mensen die in het verleden zondermeer werden genegeerd, verguisd, doodgezwegen. Mensen die hun seksuele oriëntatie echter niet verzinnen, maar voor wie het een essentieel onderdeel vormt van wie ze zijn.

De buitenkerkelijke wereld vraagt van de Kerk om deze mensen net zo te ontvangen als ze zelf doet, namelijk door homo-seksuele relaties volledig te accepteren (tot op het homo-huwelijk toe). Dit lijkt een volstrekt logische vraag, immers, er wordt zo op een zeer directe manier voldaan aan de innerlijke behoefte van de homo-seksuele medemens. De Kerk zou zelfs de indruk kunnen wekken liefdeloos te zijn door star vast te blijven houden aan oude denkbeelden.

Voor het begaan van een goede middenweg tussen star conservatisme en meedrijven met de populaire cultuur is het belangrijk om de vraag en het voorgestelde antwoord van elkaar te scheiden. De vraag hoort hoe dan ook als zeer nuttige spiegel serieus te worden genomen. Echter, het buitenkerkelijk geformuleerde antwoord op die vraag kan niet zonder kritisch beschouwen worden overgenomen.  

Want de oplossingen die de buitenkerkelijke wereld aandraagt zijn misschien wel logisch en voor-de-hand-liggend, maar ze komen per definitie niet of slechts indirect uit een christelijke bron. Meer mogen we van de buitenkerkelijke wereld ook niet verwachten. Zonder Christus bevindt die wereld zich namelijk in duisternis.

Wat de Kerk te doen staat, is het licht van Christus ontsteken temidden van die duisternis. Dat licht van Christus toont ons de werkelijke aard en waarde van de mens. En daar waar de buitenkerkelijke wereld de mens met pijnstillers tevreden moet houden, kan de Kerk een medicijn voorschrijven. Nogmaals, dankzij de spiegel die de wereld de Kerk voorhoudt, ziet de Kerk beter waar de nood is. Maar de Kerk heeft in Christus zoveel betere middelen om die nood te lenigen dan de wereld zich ook maar voor kan stellen.

De oproep van Trouw aan de bisschoppen om 'dichter bij de gelovigen' te gaan staan, zou ik daarom om willen draaien: Laten de gelovigen weer dichter bij de bisschoppen gaan staan. Als de Kerk naar de wereld gaat kijken voor oplossingen is er weinig hoop te verwachten. Hoop voor de wereld is er juist in de Kerk, omdat Christus daar is.

Het grootste gevaar is dat de Kerk zélf niet langer meer weet wat voor middelen haar ter beschikking staan. Dat, bijvoorbeeld in het geval van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland, de bisschoppen aan het twijfelen gaan slaan. Als de gelovigen weer dichter bij de bisschoppen moeten gaan staan, dan geldt voor de bisschoppen óók dat ze verbonden moeten blijven met de Kerk van alle eeuwen. Alleen op die manier zijn ze in staat om het licht van de waarheid  in Christus weer te ontdekken, en is de Kerk in staat om dat licht door te geven.

Laten we de deuren van de Kerk wijd open zetten, niet om de wereldlijke opvattingen binnen te laten, maar om de genade van Christus naar buiten te laten. Waarom zouden we bang zijn? Bang misschien dat het medicijn weerstand zal oproepen? Als we overtuigd zijn van de waarde van dat medicijn zal dat ons er toch niet van weerhouden om het de wereld te blijven aanbieden?


vrijdag 21 januari 2022

John de Mol en John Paul II

The Voice of Holland

Ik weet weinig tot niets af van programma's zoals The Voice (of Holland) en vergelijkbare programma's op televisie. Dat komt onder andere omdat ik in de gelukkige omstandigheid ben opgegroeid dat we thuis geen televisie hadden, en ik op een vrij natuurlijke manier afstand heb blijven houden tot de wereld van de televisie-entertainment.

Dat veranderde wel iets met de komst van het internet. En zo kon het zijn dat ik toch wat nieuwsgierig de uitzending van Tim Hofman bekeek, op 20 januari. Er bleek al jaren een programma op tv te zijn geweest waarin al dan niet jonge talentjes werden gescout en begeleid door beroemdheden met voor mij vaag bekende namen als Borsato en Ali B. En er bleken dingen mis te zijn gegaan tussen het 'personeel' van John de Mol en de deelnemers aan diens programma. Deelnemers kregen ongevraagd plaatjes van mannelijke geslachtsorganen, of voelden zich onder druk gezet om seksuele handelingen te verrichten.


John de Mol

Niet alleen de slachtoffers kregen uitgebreid de gelegenheid om hun verhaal te doen, ook opperbaas John de Mol kreeg ruim de tijd voor zijn inzichten. Uit de reacties die de volgende dag verschenen, bleek hoezeer de slachtoffers hadden gehoopt op begrip. Begrip dat onvoldoende uit de verf kwam, erkende John ook later.

Zijn aanvankelijke advies was: klaag gerust over dingen die verkeerd gaan. Hij was er eigenlijk verbaasd over dat vrouwen zoveel drempels ervaren om dat te doen. Hoewel zijn advies om problemen niet onbenoemd te laten uiteraard prima is, wekte hij de indruk dat hij de bal bij de slachtoffers legde. Zolang er niet geklaagd werd mocht hij er toch vanuit gaan dat alles goed was?

De reacties van de slachtoffers de volgende dag maakte helder dat deze opvatting van John de Mol niet juist is. Er kan een situatie zijn waarin er geen ruimte wordt ervaren om om hulp te vragen. Een situatie waarin het zelfs kan lijken dat er wederzijdse toestemming was voor seksueel contact, maar waarin in feite sprake was van dwang.


Het probleem

Maar dat is een lastig te onderscheiden punt. In het gesprek met John de Mol lag de focus dan ook op de rol van macht. Het idee is dan dat het niet verstandig is, of zelfs niet hoort, dat iemand een relatie heeft met een ander die van hem/haar afhankelijk is. In het geval van The Voice zou een coach zijn invloed kunnen inzetten als pressiemiddel, zelfs onbedoeld. Dit lijkt een helder punt, hoewel John de Mol zelfs hier - tot ieders verbijstering - onvoldoende zicht bleek te hebben op hoe dit in de praktijk werkt en hoe deelnemers kunnen opkijken tegen mannen waar John zélf (uiteraard) helemaal niet naar opkijkt.


'Consent' als oplossing?

De conclusie van de uitzending lijkt te zijn dat er voor seksueel verkeer 'consent' moet zijn, toestemming, en dat dit consent op basis van gelijkwaardigheid moet zijn.

Deze term consent komt ook voor in één van de ervaringsverhalen in de video van Tim Hofman. Een meisje beschrijft - ongeveer vanaf 30 minuten in de video - de situatie op een zogenoemd schrijverskamp. Achtereenvolgens zegt ze dat ze door Ali B wordt betast, daarvan wegloopt met iemand anders die ze toevallig kent, seksuele handelingen verricht met die andere persoon onder de douche, plotseling door Ali B opnieuw wordt betast tijdens dat douchen, en tenslotte door Ali B wordt 'gepusht' om bij hem seksuele handelingen te verrichten.

Op het moment dat Ali B haar de tweede keer betast, vertelt ze hem of hij niet van consent heeft gehoord. Dat is voor haar het kantelpunt: de seksuele handelingen bij de andere persoon waren daardoor oké, maar bij Ali B niet.

Voor het slachtoffer was dit helder. Het is echter de vraag of het voor Ali B ook net zo helder lag. Neem het voorbeeld van een drankje dat wordt aangeboden: iemand kan dat - uit beleefdheid - de eerste keer weigeren, en dan na wat aandringen tóch aanvaarden. Voor mannen als Ali B kan de hele affaire zijn ervaren als gewoon wat extra aandringen, het meisje over de schroom heenhelpen. Het hangt erg van de karakters af wanneer iets als dwang wordt gezien.

Het gevaar bestaat vervolgens dat er een kramp ontstaat, waarbij er altijd de onzekerheid bestaat of iemand wel écht consent heeft gegeven. Als het zelfs niet eens objectief vast te stellen is wanneer er sprake is van een machtsverhouding, zoals het gesprek met John de Mol liet zien, wordt dit hele consentgebeuren louter subjectief.


Het werkelijke probleem

Opmerkelijk is dat er niet werd gesproken over de betekenis van seksuele handelingen op zichzelf. Het ging slechts over de vraag of en wanneer er sprake is van dwang bij het verrichten van deze handelingen. Omdat de vraag naar de aard van deze handelingen niet werd gesteld, is het niet verbazingwekkend dat er maar moeilijk een antwoord kan worden gevonden.

Vooropgesteld: het is helder dat consent ten allen tijde de voorkeur heeft boven dwang. De vraag is echter of seksuele handelingen onder consent daarmee op zichzelf altijd goed zijn.

Wat dat betreft is het opvallend dat het principe van consent zelfs in de 'Church of Satan' van Anton LaVey is opgenomen, als vijfde in de lijst van elf 'geboden':

5. Do not make sexual advances unless you are given the mating signal. 

In het aangehaalde verhaal van het meisje in de douche is het duidelijk dat Ali B deze vijfde regel van het Satanisme heeft overtreden. De focus op consent past heel goed binnen de principes van het Satanisme. Geen seks zonder consent, maar als en zodra er consent is, kan elke vorm van seks. Met wie dan ook.


Johannes Paulus II

Om dit vanuit christelijk perspectief te beschouwen, is een theologie rondom het lichaam nodig. In de beginjaren '80 heeft Paus Johannes Paulus II een serie catecheses gegeven met the theologie van het lichaam als thema. Deze catecheses zijn later gebundeld en als boek uitgegeven. Overigens zijn de catecheses berucht vanwege de moeilijkheidsgraad, en zeker voor mij als niet-katholiek zijn ze erg ontoegankelijk. Toch meen ik dat er juist in deze catecheses antwoorden liggen die veel verder helpen dan het moeilijk te objectiveren principe van consent. 

Want Johannes Paulus II gaat wel degelijk in op de vraag wat seksualiteit zélf betekent. De vraag wanneer seksuele handelingen gepast zijn, is secundair; al vloeit het antwoord op die vraag wel voort uit de intrinsieke betekenis van seksualiteit. Voor Johannes Paulus II draait het rondom goede seksualiteit om de zelfgave van de één aan de ander. Niet om het geven van iets aan de ander, maar om het geven van jezelf. Het lichaam spreekt tijdens deze gave zijn eigen taal; en deze taal van zelfgave mag niet in tegenspraak zijn met de bedoeling die mensen kunnen hebben tijdens de seksuele omgang.

Deze grove samenvatting doet volstrekt geen recht aan Johannes Paulus II's complexe gedachtengang; het is in hoofdzaak datgene wat mij is bijgebleven na de bestudering van zijn werk. En het is interessant om dit principe van zelfgave eens te leggen naast het eerder aangehaalde interview van één van de slachtoffers. 


De oplossing

Vanuit christelijk/bijbels perspectief was de seksuele handling mét consent die het meisje verrichtte al problematisch. Was het een daad waarin de zelfgave zichtbaar werd? Of was het een daad waarin puur een bepaald lichamelijk verlangen werd bevredigd? De situatiebeschrijving uit het interview laat hier weinig twijfel over bestaan. Deze puur materialistische kijk op seksualiteit zorgt ervoor dat het zicht op wat het werkelijk betekent om mens te zijn, vertroebelt. Paus Johannes Paulus II wijst er nadrukkelijk op dat de seksualiteit van man en vrouw direct is gekoppeld aan het feit dat de mens naar Gods beeld is geschapen, dat het dus te maken heeft met ons wezen, met wie we werkelijk zijn. Seksualiteit is niet zomaar iets wat fijn en lekker is, het raakt ons in ons diepste bestaan.

Johannes Paulus II werkt dit verder uit, en onderstreept het belang van de band tussen seksualiteit en huwelijk. Tussen seksualiteit en het krijgen van kinderen. De lijnen die hij trekt staan mijlenver af van hoe de seculiere denkers dit zien, en het interview met het meisje bewijst dat op een ingrijpende manier.

Maar als we - in navolging van Paus Johannes Paulus II - weer onze eigenwaarde gaan baseren op wat de Bijbel zegt, hebben we tegelijkertijd een antwoord op de problemen die rondom The Voice zijn ontstaan. Dan weten we dat consent niet het één en al is, ook al is het te prefereren boven dwang. Om de waarde van seksualiteit te begrijpen, moeten we leren wie we zelf zijn, hoe we door God zijn bedoeld. En vervolgens moeten we leren dat seksualiteit een bijzondere uitdrukking is van onvoorwaardelijke zelfgave aan de ander.

Wanneer dit functioneert, is een situatie zoals bij The Voice uitgesloten. In de gebroken wereld van het hier en nu zal dat nooit volmaakt zo zijn, maar waarom er niet met alle inzet naar streven?



 

donderdag 30 december 2021

Asimovs Foundation en het lichaam van Christus

Introductie

Asimovs Foundation boekenreeks, oorspronkelijk bestaande uit drie delen en later uitgebreid met twee sequels en tenslotte twee prequels, beschrijft de ondergang van de Empire, een heelal-breed rijk dat miljoenen bewoonde planeten omvat. Kern van het verhaal is het feit dat deze ondergang is voorspeld, en er een plan is ontwikkeld om deze ondergang zó om te buigen dat de mensheid de minste schade lijdt en zich op de kortst mogelijke termijn weer kan herstellen. Deze voorspelling wordt gedaan door een vorm van wiskundige wetenschap die Psychohistory wordt genoemd, en dezelfde wetenschap wordt gebruikt voor de ontwikkeling van het herstelplan.

De ondergang van het rijk bestaat daarin dat de centrale machtsstructuren falen, en er dus ook geen centrale aansturing meer is - met chaos als gevolg. De kennis die is opgebouwd tijdens de tienduizenden jaren dat het rijk bestaat dreigt hierdoor teloor te gaan.

Het plan van de Foundation is om dit te voorkomen. Het plan zelf heeft echter meerdere lagen.

In eerste instantie is het plan om de kennis veilig te stellen, onder de noemer van een Encyclopedia Galactica die samengesteld wordt op de afgelegen planeet Terminus. Op basis van deze encyclopedie kan een toekomstige, nieuwe beschaving sneller tot volwassenheid komen.

Echter, al vrij snel blijkt dit eerste plan slechts een vooraf bedachte afleidingsmanoeuvre, en is het de bedoeling dat de Foundation op Terminus een nieuw machtscentrum wordt (en op termijn de nieuwe Empire). Aanvankelijk wordt dit bereikt door het hoge technologische kennis- en ervaringsniveau in te zetten als een vorm van religie, die wordt geleid vanaf Terminus.

Macht in de vorm van slim handelen met zo weinig mogelijk geweld is daarmee de tweede laag van het plan. Echter, al snel komt een ándere vorm van macht in beeld, namelijk die van het mentalisme; het kunnen beïnvloeden van iemands hersenfuncties. Binnen de Foundation serie speelt dit een zeer prominente rol.

Het besef groeit dat de Foundation op Terminus wordt beïnvloed en gestuurd door een ándere, een Second Foundation. Deze Second Foundation hult zich - bewust - in mysteries. Het idee hierachter is dat de wetenschap van de Psychohistory alleen kan werken als mensen er zich niet van bewust zijn. Psychohistory gaat over het gedrag van de grote massa, op het moment dat mensen zich bewust zijn van psychohistory zouden ze er tegenin kunnen gaan. Individuele acties vallen buiten het bereik van het wiskundige model.

De mensen van de Second Foundation zijn de meesters van de menselijke geest. De First Foundation is meester van de technische wetenschap. Uit het verhaal wordt duidelijk dat de Second Foundation bóven de First Foundation staat; al is de First Foundation het enige dat voor de grote massa zichtbaar is. Hiermee is de Second Foundation de derde laag.

In de twee sequels die later verschenen wordt de planeet Gaia geïntroduceerd. Deze planeet opereert als een enkel, samengesteld wezen. Ieder mens of dier dat leeft op Gaia deelt dezelfde persoonlijkheid. Daarbij is de planeet als geheel sterk mentalistisch. In de eerste sequel is Gaia in staat om een man van de Second Foundation te beïnvloeden, en toont het daarmee weer boven de Second Foundation te staan. Het principe van mentalisme van de Second Foundation en Gaia is hetzelfde, maar de intensiteit verschilt.

Tenslotte, in de tweede sequel, komt de robot R.(obot) Daneel Olivaw naar voren. Uiteindelijk blijkt hij achter alles te staan, zowel de Foundations en Gaia. Zijn mentalisme is het sterkst, en tegelijkertijd is hij fysiek verzwakt. Daneel is de hoogste laag.

Daneel wordt ontmoet op het moment dat de vraag moet worden beantwoord of het principe van Gaia kan worden uitgebreid naar het hele universum (Gaia wordt Galaxia), zodat de hele mensheid in feite één persoon wordt, met één gedachte en één gevoel. Hierdoor zullen oorlogen uitdoven, en daarbij zal de mensheid beter voorbereid zijn wanneer er van buiten het bekende universum andere wezens binnentreden. De hoofdpersoon van dit verhaal zoekt koortsachtig naar een antwoord op de vraag of dat de juiste weg is, en haast met enige tegenzin en blijvende twijfel gaat hij uiteindelijk akkoord. Het grote bezwaar is namelijk dat deze oplossing ten koste gaat van de individualiteit.

Opmerkelijk afwezig in de drie originele Foundation boeken zijn de robots. In de twee sequels wordt er vaker aan robots gerefereerd, maar in de twee prequels die later verschenen spelen robots een belangrijkere rol, hoewel altijd in het verborgene - net als Daneel aan het eind van het verhaal. Het waarom van deze voorkeur om op de achtergrond te blijven wordt in de Foundationboeken niet echt uit de doeken gedaan. Er zijn hints dat de robots zelf tot de conclusie zijn gekomen dat dit beter is, op basis van hun geprogrammeerde wetten.


Godsdienst

Religie is opvallend afwezig in de Foundation boeken, op één moment na waarin het juist een nadrukkelijke hoofdrol krijgt. Dat is in het eerste boek (zonder de prequels mee te rekenen). Om ervoor te zorgen dat de gemeenschap op de planeet Terminus grip houdt op de technologische ontwikkeling van de buurplaneten, verspreiden de technici van Terminus hun kennis alsof het een godsdienst betreft, en alsof de techniek zelf magisch is. Er worden missionarissen ingezet om het 'evangelie' van de technologische vooruitgang ook aan andere planeten bekend te maken, en er zijn priesters die tussen de techniek en het gewone volk in staan.

Religie wordt hiermee positief geduid, omdat het een bruikbaar gereedschap is om een bepaald doel te halen. Religie als doel op zichzelf bestaat niet, er is ook geen objectieve God. En hoewel het positief wordt geduid, gebruiken de technici van Terminus het ook bewust op een leugenachtige manier om te bereiken wat ze willen. Het beeld blijft achter van religie als zoethoudertje voor het domme volk, terwijl de mensen áchter die religie heel goed weten waar ze mee bezig zijn. Hoe meer je van de religie weet, hoe minder je erin gelooft.

De échte godsdienst in de Foundation boeken is het humanisme. De mens speelt de centrale rol, en de kernvraag van de boeken gaat over het behoud van het menselijke ras in een rap veranderende tijd. Dieren spelen nauwelijks een rol, en zoals al gezegd staan zelfs de robots op de achtergrond ter meerdere glorie van de mens. Het is de mens en zijn technieken, zijn uitvindingen, die in het licht staat.

Die technieken zelf krijgen ook religieuze trekjes. Het is niet moeilijk om Hari Seldon, de persoon die doormiddel van de psychoanalysis de ondergang aankondigt van het rijk, als profeet  te zien. De psychoanalysis zelf is dan de profetie. Een zeer accurate profetie, want op verschillende momenten (bij een zogenaamde Seldon-crisis) verschijnt een vooraf opgenomen holografische projectie van Seldon om duiding te geven. Niet alleen weet Hari Seldon te voorspellen wat er zal gebeuren, hij weet ook te voorspellen wanneer. De ideale profeet; een profeet waar overigens op een aantal momenten niet eens naar wordt geluisterd.

Toch moet het woord 'voorspellen' hier wel goed worden begrepen. Immers, de psychoanalysis is een wiskundige wetenschap. En daarmee zijn de voorspellingen berekende voorspellingen, met een vooraf bekende zekerheid uit de kansrekening. Zonder wiskunde zou er geen psychoanalysis mogelijk zijn. Hiermee zouden we kunnen stellen dat de wiskunde in de Foundationboeken de taal is van de religie van het humanisme.


Robots

Met de robots is iets bijzonders aan de hand. Het is duidelijk dat ze de mens veruit de baas zijn, ze hebben vaardigheden die mensen - individueel - nooit zullen hebben; al was het alleen maar hun lange levensduur. In meer of mindere mate hebben ze iets goddelijks.

De robot in Asimovs Foundation zal er alles aan doen om zo menselijk mogelijk te lijken. In alle gevallen blijft het enige tijd ambivalent of een persoon mens of robot is, en bij Bliss van de planeet Gaia lijken eigenschappen van robot en mens haast in elkaar over te lopen - alsof het er in feite niet veel toe doet, of iemand mens of robot is.

Hoe wij tegenwoordig denken over (mensachtige) robots komt rechtstreeks voort uit het werk van Asimov. Hij staat bekend om de drie wetten van de robotica: 

  1. Een robot mag geen mens letsel toebrengen, of door nalatigheid dit laten gebeuren
  1. Een robot moet bevelen opvolgen van mensen, zolang wet 1 gerespecteerd wordt
  1. Een robot moet zichzelf beschermen zolang wet 1 en 2 gerespecteerd worden

Deze drie wetten maken robots uitermate prettig in de omgang en zeer veilig voor de mens; prettiger in feite dan andere mensen en zeker ook veiliger.

Een robot die volledig voldoet aan de drie wetten is daarmee een product van mensen die zelf die wetten niet gehoorzamen; en hiermee heeft de mens een product neergezet dat in de praktijk beter gedrag toont dan hijzelf. 

Het concept zonde komt in de Foundationreeks niet voor. Maar het is duidelijk dat de ondeugden van de mens niet of nauwelijks bij robots voorkomen; dit zou ook moeilijk kunnen met de drie roboticawetten. De robot staat ten alle tijde de mens ten dienste, kent geen afgunst, en is niet eens in staat om de mens kwaad te doen. Ook in moreel opzicht is de robot superieur aan de mens. 

Daneel - de meest geavanceerde robot in de Foundation boeken - komt hiermee het dichtst bij goddelijkheid. Hij overziet het complete universum, leeft al tientallen eeuwen, heeft verregaande (vooral mentale) kwaliteiten. Je zou kunnen stellen dat binnen de Foundationreeks Daneel almachtig is, al is dat misschien niet helemaal correct. Hij is in ieder geval de machtigste; in staat om complete planeten naar zijn wil in te richten en mensen naar believen te beïnvloeden. Hij kan, als dat zo uitkomt, de rol van eerste minister Demerzel aannemen; of van een obscuur type als Chetter Hummin.

Echter, één ding is heel duidelijk, hij is een product van mensenhanden. En hij heeft de drie wetten te gehoorzamen - hiermee staat het allerbeste, het allermachtigste van het universum uiteindelijk ten dienste van de mens. Dit allerbeste zal zich - als het moet - opofferen voor het mensdom.

Er liggen parallellen met Jezus Christus, maar Asimov laat zijn 'Christus' puur voortkomen uit het menselijk vernuft. Jezus, aan de andere kant, komt fundamenteel van buiten de mens. Hij heeft het menselijke aangenomen. Waar Asimov de mens iets goddelijks laat maken, laat de Bijbel God de mens maken, maakt God Zichzelf menselijk.

Hoewel Asimov hiermee de mens op een absolute manier centraal stelt, brengt de robot wel een spannende vraag met zich mee. Die spannende is: heeft de mens zichzelf niet uit de markt geprijsd, door een robot te maken die in werkelijk álle opzichten beter is dan de mens? In de Foundationreeks kennen robots wél talloze voordelen en unieke kwaliteiten, maar geen enkel nadeel.

Zoals eerder opgemerkt is het mogelijk dat de robots zélf ook tot die conclusie zijn gekomen; en vervolgens niet de voor de hand liggende conclusie hebben getrokken dat de mensen daarom verdwijnen moeten en mogen, dit zou immers in strijd zijn met de drie wetten. Wat er juist gebeurt is dat de robots op de achtergrond gaan staan.

Complicerend is de nulde roboticawet, die de hele mensheid stelt boven het individu. Met andere woorden, het belang van de de ene mens mag niet ten koste gaan aan die van de mensheid. Dit dwingt Daneel er toe om een oplossing te vinden voor de dreigingen van het hele heelal-brede rijk, zowel de interne bedreigingen als de mogelijk later komende externe bedreigingen. Die oplossing zal hoe dan ook verstrekkend zijn.

Hoewel Daneel dus op de achtergrond werkt, is het resultaat van zijn werk wel iets wat iedereen aangaat en zal aangaan, zeker als dit uiteindelijk betekent dat de individuele vrijheid wordt ingewisseld voor het principe van Gaia in de ontwikkeling van Galaxia.

Vanuit christelijk perspectief zien we in Asimovs Foundation enerzijds een overschatting van de mens, namelijk, dat hij in staat zou zijn tot het creeëren van een volmaakt wezen als de robot. Volmaakt in de zin dat de robot gebonden is aan goede wetten en die niet kan overtreden. Anderzijds is er ook een onderschatting van de mens. Zonder hulpmiddelen zoals de robots kan de mens niet overleven, hij leeft maar kort en is zeer kwetsbaar - en bovendien niet betrouwbaar. De mens kan alleen overleven als hij radicaal wordt aangepast en kernwaarden kwijtraakt.

Er zit dus iets paradoxaals in de relatie tussen Asimovs mens en de robot. De robot is een product van menselijk vernuft, maar dat product zal uiteindelijk hem gaan overheersen vanwege de wetten die de mens hem zelf heeft meegegeven; en zelfs al is er veel aversie tegen humanoïde robots in het andere oeuvre van Asimov. Die aversie zorgt ervoor dat de robots (noodgedwongen) op de achtergrond verdwijnen. Maar er is uiteindelijk slechts één robot op de achtergrond nodig om de hele mensheid radicaal om te vormen.


Galaxia

De nulde wet brengt Daneel er dus toe om Galaxia op te richten. Deze nulde wet heeft het ultieme belang van de mensheid als geheel op het oog, datgene wat de toekomst van de mensheid het beste veiligstelt. Galaxia is hierbij de diepste verwezenlijking van het begrip eenheid. Het idee is dat de mensheid bedreigd wordt door interne verdeeldheid, en wanneer deze verdeeldheid verdwijnt, zal de mensheid sterker worden en in staat zijn om externe bedreigingen beter te kunnen weerstaan.

We hebben al gezien dat er een aantal lagen zitten in de Foundation, waarbij in elke laag een poging wordt gedaan om deze centrale veiligheidsvraag op te lossen. Het blijkt steeds onbevredigend. 

Wanneer de First Foundation probeert om het universum te beheersen via allerlei verschillende  machtsmiddelen en gebruik van techniek, blijkt dat het resultaat steeds dichter bij dat van de oorspronkelijke Empire komt. Dat dit niet gebeurt is dan weer te danken aan de verborgen Second Foundation, die echter evengoed macht uitoefent op anderen (namelijk, de First Foundation). Dit staat haaks op het principe van eenheid, want zelfs wanneer de Second Foundation die invloed louter uit pure motieven uitoefent, is er toch geen sprake van werkelijke eenheid wanneer het ene deel van de mensheid invloed en macht heeft over een ander deel.

Gaia, als experiment van Daneel, staat aanvankelijk helemaal los van de rest van het universum. Zelfs zó, dat de hele planeet verborgen is en niet op kaarten voorkomt. Gaia past niet binnen de gangbare machtsstructuren. Zodra de First en Second Foundation in Gaia's buurt komen, moet er dan ook een beslissing vallen. Wat verdwijnt, en wat blijft? Welk principe is het meest vruchtbaar voor de mensheid?

Datgene waar Daneel al lang op heeft aangestuurd, wordt werkelijkheid. De mens kiest voor het principe van Gaia voor heel de mensheid. Hoewel de mens (vertegenwoordigd door Trevize) hier vrijwillig voor kiest, is de directe en indirecte beïnvloeding van Daneel zó groot dat op die vrijwilligheid wel wat valt af te dingen. Zien we echter de robot Daneel als product van mensen, dan is de beslissing uiteindelijk tóch iets wat puur bij de mens vandaan komt; dan heeft de mens gewoon een hulpmiddel nodig gehad om tot de juiste beslissing te komen.

Is het ook werkelijk de juiste beslissing? En is de mens eigenlijk nog wel mens in het Galaxia van Daneel? Interessant genoeg blijven deze vragen open staan in de Foundationreeks. Er blijft bij het einde van de reeks het knagende gevoel dat er tóch iets niet klopt, ook al zijn alle tegenwerpingen beantwoord.


Galaxia en Christus

Net zoals de robot van Asimov eigenlijk een weergave is van de perfecte mens, zo is Galaxia Asimovs idee van de perfecte mensheid: een enkel organisme, waarvan de individuele leden niet langer meer met elkaar in strijd zijn maar eendrachtig hetzelfde doel nastreven, namelijk het belang van dit enkele organisme.

De apostel Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe over het lichaam van Christus, dat vele leden heeft en toch één lichaam blijft. Elk lid heeft zijn of haar eigen gaven, zoals het oog en de hand van elkaar verschillen, maar elk lid draagt bij aan hetzelfde lichaam. Er is een gedeeld doel, namelijk, het Koninkrijk van God.

Tussen Asimovs Galaxia en Paulus' beschrijving van het lichaam van Christus zijn opmerkelijke overeenkomsten en verschillen. De grote overeenkomst zit in het organische beeld van het lichaam. Paulus beschrijft de samenhang van de christelijke gemeente op een heel natuurlijke manier, het gedrag van een christen hoort als het goed is heel logisch en ongedwongen te zijn. Net zoals een hand als vanzelf beweegt wanneer er iets opgepakt moet worden, zo hoort een christen ook als vanzelf te doen wat goed is voor het lichaam van Christus.

De grens aan deze vanzelfsheid is echter gelijk het grote verschil met Asimovs Galaxia. Want een automatisme is het zeker niet in de brief van Paulus aan Korinthe. Als het wél een automatisme was, had hij het niet als opdracht hoeven te schrijven. Blijkbaar hebben de gemeenteleden in Korinthe een aansporing nodig om dit gewenste gedrag te vertonen. Dit betekent ook dat de Korinthiërs vrij waren. Het was niet vanzelfsprekend dat ze zich gedroegen als één lichaam, dat was afhankelijk van het gedrag van ieder individu. Wat Paulus doet, is de Korinthiërs de weg wijzen, maar hij kan het bewandelen van die weg niet afdwingen.

Dat afdwingen is precies wat wel gebeurt door de Second Foundation, Gaia en achter dat alles Daneel. Wanneer het beter wordt geacht voor de mensheid, krijgen individuen in de Foundationboeken op strategische momenten een mentaal duwtje in de goede richting zodat ze de gewenste keuze maken. Zonder dat ze bewust zijn van het feit dát ze dat duwtje hebben gehad.

En de Heilige Geest dan? Die, zoals in Johannes 16 staat, in al de waarheid leidt? Is dat niet een vorm van beïnvloeding? 

Allereerst, dat God ingrijpt in mensenlevens en dat soms ook doet zonder dat mensen het herkennen als Gods hand, blijkt onder andere uit het leven van de Farao ten tijde van de uittocht uit Egypte. Farao verhardde zijn hart, en had daarbij niet door dat het God was Die dat liet gebeuren. We moeten dit echter niet verabsoluteren, want juist met het verhaal van de Farao in het achterhoofd is het des te opmerkelijker dat God gewoonlijk heel anders handelt. En ook van de Heilige Geest lezen we dat Hij de wereld zal overtuigen. Niet mentaal zó bewerken dat mensen vanzelf het goede doen, maar overtuigen - blijkbaar met argumenten; mensen worden aan het denken gezet. Ze komen tot zichzelf, zoals de verloren zoon bij de varkenstrog.

Bovendien vindt de beïnvloeding in de Foundationreeks plaats door mensen, of door mensen geproduceerde robots. De Heilige Geest daarentegen staat op een heel ander niveau dan de mens. En zelfs de Heilige Geest werkt doorgaans niet dwingend, Hij respecteert het door Hemzelf geschapen menselijke verstand. Vergeleken daarmee ontkom je niet aan de indruk dat de Second Foundation de mensen van de First Foundation bijna als een soort slaven inzet.

Dwang versus vrijheid is dus een verschil tussen wat Paulus schrijft over het lichaam van Christus, en het Galaxia van Asimov. Een ander verschil is het doel van Galaxia tegenover dat van de gemeente als Christus' lichaam. Het doel van Galaxia is het behoud van het menselijk ras, het doel van Christus' lichaam is de mensen weer op de plaats brengen waar ze oorspronkelijk stonden, vóór de zonde zijn intrede deed.

Het is daarbij interessant om op te merken dat Galaxia, als middel tot behoud van het mensdom, alleen kan worden opgericht door een typisch menselijke eigenschap weg te nemen: de individuele vrijheid. Men kan zich afvragen of er in Galaxia nog wel sprake is van werkelijke mensen, of een soort vleesgeworden robots. In Galaxia zijn de mensen hun eigen maaksel gelijk geworden.

Paulus wijst de Korinthiërs een andere weg. Door verbonden te zijn met het Hoofd Christus, en met alle gelovigen één lichaam te vormen, komt de mens tot zijn oorspronkelijke doel. Sterker nog, de mens zal dichter bij God komen dan ooit tevoren - de mens wordt Gods kind. De mens gaat niet lijken op zijn eigen maaksel, maar op zijn eigen Maker.

Concluderend kunnen we zeggen dat het model van Galaxia inderdaad lijkt op dat van het lichaam van Christus, in de zin dat in beide gevallen de een als vanzelfsprekend werkende eenheid wordt benadrukt. Alleen is de manier waarop deze vanzelfsprekend werkende eenheid wordt bereikt zó verschillend dat er uiteindelijk een tegenovergesteld resultaat wordt bereikt. Asimovs Galaxia betekent de ondergang van het mensdom, iets wat het juist probeert te voorkomen. Mensen verenigd in het lichaam van Christus betekent tegelijk de terugkeer naar het oorspronkelijke doel van de mensheid als de voltooiing van dat doel.

Daarmee moeten we Galaxia als richtinggevende utopie van de hand wijzen, hoe mooi het idee van volkomen eenheid ook is. Temeer omdat we een veel beter alternatief hebben.