9. Rome en Reformatie en de vraag naar 'waarheid'
Het volgen van een theologiestudie heeft als nadeel dat je wat meer van afstand leert kijken naar het geloof, en ook naar de vorm waarin dat geloof wordt beleden binnen de kring waarin je zelf bent opgegroeid. Theologiestudies zijn niet identiek aan religiewetenschappen, maar er is tegelijk overlap.
Vanwege die wat meer afstandelijke blik komt ook het meer menselijke en subjectieve van het geloof naar de oppervlakte. In de loop van de eeuwen hebben mensen erg veel dingen beweerd, regelmatig ook dingen die met beweringen van anderen in strijd waren. Hoe bepaalt men daaruit het werkelijk waardevolle, het werkelijk 'ware'?
Sommigen zouden die vraag willen beantwoorden door te verwijzen naar het Sola Scriptura: altijd weer terug naar de Schrift als het meest betrouwbare fundament. Zoals ik eerder heb aangegeven, denk ik niet dat dit zondermeer kan: er is geen Schrift zonder Kerk (en ja, andersom ook niet).
Maar hoe kan dan de inhoud van het christelijke geloof worden gedefinieerd? Is die mogelijk 'veelkleurig', zodat alle stromingen 'een deel van de waarheid' bezitten, en geen van de stromingen in zichzelf het ware geloof in zijn geheel representeert? Voor postmoderne oren is dat misschien een aantrekkelijke zienswijze; wat ertegen pleit, is dat ik mij geen enkele kerkelijke splitsing in de geschiedenis voor de geest kan halen die ooit is ontstaan vanuit het idee dat "overal wel delen van de waarheid te vinden zijn". Meestal in tegendeel, kerkelijke gemeenschappen scheurden juist omdat men dacht dat de waarheid in het geding was; ook de perikelen anno 2026 in de CGK hebben te maken met de vraag naar 'juistheid', in dit geval hoofdzakelijk de 'juiste' manier van de Schriftinterpretatie en de 'juiste' rol van het overkoepelend kerkelijk gezag.
Met deze terechte vraag naar wat "waar" is in het achterhoofd, is het mijns inziens dan niet vreemd dat de Rooms-Katholieke Kerk op mensen een aantrekkingskracht uitoefent. Ook ik heb mij dit afgevraagd; of deze vraag naar de "waarheid" niet alleen in de Moederkerk kan worden beantwoord. Want dáár wordt de theologie niet bepaald door de inzichten van de enkeling, en draagt het beleden geloof de naam "katholiek" in plaats van de naam van een individu (zoals het geval is bij het Lutheranisme of het Calvinisme).
Dat katholieke strekt zich uit tot het verleden: de Rooms-Katholieke Kerk staat op de schouders van kerkelijke voorvaders, veel meer dan om het even welke protestantse kerkgemeenschap (misschien de Anglicanen uitgezonderd). In de theologische teksten wordt hun inbreng doorgaans serieus overwogen; in protestantse/gereformeerde teksten is dat minder, naar mijn ervaring.
Dat mensen de overstap maken naar de Rooms-Katholieke Kerk kan ik me dus wel voorstellen, al doet ook lang niet iedereen dat om dezelfde redenen. De aantrekkingskracht van de Rooms-Katholieke Kerk ligt voor mij vooral bij de leer, en minder in de uiterlijkheden (de 'smells and bells') van de liturgie. In het bijzonder spreekt mij de manier aan waarop de mens als mens serieus wordt genomen. Hoewel het een bijzonder moeilijk toegankelijk werk is, proefde ik dat bijvoorbeeld in de Theologie van het Lichaam van Paus Johannes Paulus II. In de gereformeerde theologie is de mens vooral passief, anders wordt de mens al snel als mogelijke concurrent van God gezien. Met die gedachte heb ik in toenemende mate moeite, en de vraag hoe God en mens zich met elkaar verhouden, komt op verschillende manieren naar boven in de theologie: rond het punt van de rechtvaardiging en de heiliging, maar ook rond het punt van de eschatologie.
Toch zou ik zelf een overstap naar de Rooms-Katholieke Kerk moeilijk kunnen maken. Ik wil hier 2 redenen noemen.
- Een dergelijke overstap maken is in feite iets heel 'protestants': je verlaat een gemeenschap omdat je zélf overtuigd bent dat dat het beste is. Net als Luther verbreek je daarmee eerder gedane beloften (bijvoorbeeld, bij de belijdenis). Als ik een dergelijke stap zou zetten omdat ik het gereformeerde belijden teveel vind leunen op eigenzinnige theologie, dan heeft dat iets paradoxaals.
- De Rooms-Katholieke Kerk heeft niet alleen een leer, maar ook een cultuur. De volkskatholiciteit die ik al eens eerder noemde, staat erg ver af van de gereformeerde cultuur. En veel uit de volkskatholiciteit ervaar ik als een ongezonde uitwas - te denken valt aan de Maria- en heiligencultus die mijns inziens toch regelmatig het werk van Christus verdoezelt terwijl het Zijn werk juist zou moeten bekrachtigen (is het idee). Daarbij zie ik in mijn eigen kerkgemeenschap wat het leven op basis van de Bijbel als dé autoriteit voor vruchten voort kan brengen.
Ondanks deze twee punten blijft de eenheid van de Kerk wel een aangelegen punt voor mij en zie ik sinds de reformatie tevens een aantal tendensen ontstaan waar ik minder gelukkig mee ben. De protestantse ds. Vermeulen uit Utrecht besprak onlangs het boek van Joan Lindhout en ik kon mij in zijn gedachtengang goeddeels vinden. Vermeulen gaf toe dat de vragen die Lindhout in zijn boek stelde (rond de kerkelijke verdeeldheid, het gewicht van de sacramenten en de rijkdom van de liturgie) bij hemzelf ook 'resoneerden'; en de voorstellen die hij vervolgens doet lees ik als een gezonde correctie, een 'herijking', zoals hij het zelf noemt.
Tegelijk concludeert Vermeulen, in tegenstelling tot Lindhout, dat 'niet alle wegen tot Rome leiden'; dit 'herijken' van de protestantse kerken dat hij voorstelt, lijkt voor hem voldoende. Mijn kritiek daarop is dat we dan tóch als lichaam van Christus gescheiden blijven, en met de diepgewortelde anti-autoritaire houding van het protestantisme gebeurt te weinig.
Een paar jaar terug heb ik een predikant in de PKN wel eens de hoop horen uitspreken dat de protestantse kerken als een eigen 'rite' in de Rooms-Katholieke Kerk worden opgenomen. Nu al bestaan de 'latijnse' en de 'oosterse' rite naast elkaar, die een geheel eigen kerk- en liturgiestructuur hebben (zelfs het kerkelijk recht is afwijkend), maar waarbij het uiteindelijk gezag bij beiden bij de Paus ligt en beide riten dus met elkaar in gemeenschap ('communio') zijn. Ik vind deze gedachte inmiddels een stuk minder absurd dan ik hem destijds vond, en mijn beide zorgpunten die ik hierboven noemde, zouden daarmee ook gelijk van tafel zijn.
Eenvoudig is zo'n stap niet, uiteraard. Maar het doet recht aan het feit dat de Heilige Geest ook onmiskenbaar heeft gewerkt onder de protestantse kerken, dus ook hún 500-jarige historie hoort bij de wereldwijde kerkgeschiedenis. Het doet ook recht aan het feit dat de echte Kerk niet pas bij Calvijn en Luther begon, zoals gereformeerden in de praktijk als 't puntje bij 't paaltje komt, toch vaak denken. De protestantse en gereformeerde theologie móét in gesprek worden gebracht met de rest van de Kerk, ook die van de vroegere Kerk. Het meest nog doet een dergelijke stap recht aan Jezus' wens dat Zijn volgelingen één zijn.
Voor mezelf hanteer ik intussen de regel dat God de geschiedenis leidt, en dus ook de geschiedenis van de Kerk, en ook de geschiedenis van de Reformatie. Daarmee mag de Reformatie niet worden genegeerd én niet worden verabsoluteerd. Verder neem ik alle stemmen in de Kerk serieus, waarbij díé stemmen prioriteit krijgen die zich helder verbinden of positief willen verhouden tot de hoofdstroom van de Kerk in tijd en plaats - en voor de duidelijkheid, de Rooms-Katholieke Kerk maakt daar deel van uit.
Misschien is deze regel wel één van de belangrijkste 'gevolgen van Theologie studeren' voor mij geweest.