zondag 20 september 2026

De gevolgen van Theologie studeren (3)

3. De Redactiegeschiedenis


"Kennis over Bijbelhandschriften, redactiegeschiedenis en geniale theologen kan ook verwarren", stelde het commentaar in het Reformatorisch Dagblad. Het aardige van deze zin is dat de "redactiegeschiedenis" zélf blijkbaar als een vaststaand feit wordt beschouwd. Op de beide universiteiten die ik heb bezocht, was dat ook zeker het geval. Of de gemiddelde Veluwse lezer van het RD eenzelfde opvatting is toegedaan, dat vraag ik me af.


Met redactiegeschiedenis wordt (in deze context) bedoeld dat de bijbeltekst zoals we die nu hebben, niet in één keer is ontstaan, maar een eindproduct is van een proces van schrijven, samenstellen en corrigeren. Een goede vergelijking als contrast is de islamitische opvatting dat de Koran een 1-op-1 kopie zou zijn van een exemplaar dat bij Allah ligt, en eenvoudigweg alleen "geopenbaard" hoefde te worden aan Mohammed.


Toen ik aan de Radboud begon, was mijn opvatting over de aard van de Godsopenbaring al enigszins beïnvloed door de interpretatie van hedendaagse Rooms-Katholieke theologen waardoor ik beter begon in te zien dat de Bijbel gegroeid is binnen de geloofsgemeenschap en daardoor ook gelézen moet worden met die geloofsgemeenschap. In Rooms-Katholiek jargon gaat het om Schrift én Traditie die de geloofsinhoud bepalen. Theorieën rond de precieze ontstaansgeschiedenis van de Bijbelteksten zijn dan niet allesbepalend voor de inhoud van het christelijke geloof.


Ook mijn persoonlijke geloofsovertuiging was daarmee niet louter afhankelijk van een bepaalde Schrift- of openbaringsvisie. Maar de reikwijdte van de wetenschappelijke redactiekritiek was een stuk groter en ingrijpender dan ik van tevoren had vermoed. Tegelijk leverde juist de worsteling met deze materie een mooie ervaring op - daar zal ik hieronder nog iets over zeggen.


De houding van de docenten OT en NT destijds met betrekking tot de schriftkritiek was professioneel. Er was oog voor de betrekkelijkheid van de gangbare bronnentheorie, en we werden daarmee aangespoord om zelf ook kritisch te kijken naar dergelijke methodes. Wat "zwaarder" viel was in algemene zin de zakelijke benadering van de Bijbeltekst. Dat was niet zozeer het "Woord van God", maar het was primair een bijzondere, oude tekst uit een lang verleden. Daarbij golden bepaalde opvattingen impliciet wel als "vaststaand", zoals dat de Exodus uit Egypte een later geschreven ontstaansmythe is voor het volk Israël.


Voor iemand die zijn oorsprong vond in de Gereformeerde Gemeenten is dat een fundamenteel andere omgang met de Schrift, en eentje die ook op gespannen voet staat met het idee dat God Zich daarin betrouwbaar openbaart. De Bijbel wordt meer een verslag van hoe mensen dachten over God, dan dat je er God in hoort spreken. Dit past ook beter bij de theologie als academische discipline, maar tegelijk is het onbevredigend. Want wanneer dit tot het uiterste wordt doorgetrokken is christelijke academische theologie niet anders dan een religiewetenschap. Ergens in de theologie ligt toch de aanname opgesloten dat de Bijbel niet alleen een verslag is van menselijk denken, maar dat dit denken ook een cruciale boodschap heeft voor vandaag - meer specifiek, dat het "heil" teweegbrengt.


Het mooie op de Radboud was dat dit punt goed te bespreken viel, en dat het ook (h)erkend werd. Het heeft mij ook wel verbaasd dat zelfs in een zeer "modern" klimaat er relatief weinig reflectie was op de vraag waaróm de Bijbel als zo'n belangrijk geschrift werd gezien. Vrijwel alle docenten namen dat aan als een gegeven feit; waarbij uiteraard verschillend werd gedacht over wát er dan belangrijk was (en wat er relevant was voor vandaag). 


Toen we een kort essay moesten schrijven over een profetie uit Daniël, liep ik erg tegen de spanning tussen Godsopenbaring en de redactiekritiek aan. Het betrof het visioen dat betrekking heeft op Antiochus Epifanes, waarbij de gangbare opvatting is dat de schrijver dit tijdens het leven van die heerser opschreef - en daarbij zowel heel precies kon weergeven hoe hij tot macht gekomen was, en tegelijk totaal missloeg als het om diens dood ging. De gangbare opvatting wil niet rekenen met de mogelijkheid van door God gegeven openbaring, maar voor het christelijk geloof is dat in mijn optiek juist cruciaal - dat God doet wat Hij eerder beloofd heeft. Ik heb lang met deze spanning geworsteld, en gepoogd om ook de gangbare opvatting ter discussie te stellen dat deze profetie van 'late datum' zou zijn. Het bijzondere was dat juist deze poging door de docent werd gewaardeerd. Voor mij is dat altijd hét voorbeeld geweest van het open en professionele klimaat op de Radboud zoals ik dat heb ervaren.


De volgende keer hoop ik nog wat verder op de rol van de Bijbel in te gaan.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten